De tenorsaxhoorn of gewoonlijk bariton genoemd is een saxhoorn. Hij staat gestemd in bes en heeft een iets scherpere en hogere klank dan het eufonium, die toch nog zacht is. Meestal heeft een bariton drie ventielen, hoewel er exemplaren zijn waar een vierde ventiel is bijgezet. In een conventionele brassband zitten twee baritons, een eerste bariton en een tweede bariton. De eerste bariton speelt af en toe solistische melodieën of tegenmelodieën en moet over het algemeen hogere noten spelen. De tweede bariton is eerder begeleidend en speelt vaak de lagere noten van de baritonpartij. Bij sommige muziekstukken kan dit natuurlijk precies tegenovergesteld zijn, of de 1e bariton speelt de melodie en de 2e bariton speelt een tegenmelodie. Mahlers zevende symfonie begint met een solo voor de bariton.

Verschil tussen euphonium en bariton

De bariton en het euphonium lijken sterk op elkaar, maar zijn toch verschillend qua klank en functies. Het verschil tussen bariton en euphonium zit hem in de vorm van het instrument: de bariton heeft een nauwe buis, in tegenstelling tot het euphonium, dat een veel wijdere buis heeft. Ook is de buis van de bariton over een grotere lengte cilindrisch (de stembuis van de bariton kan in beide richtingen erin gestoken worden, terwijl die van het euphonium maar in een richting past wegens zijn verbredende vorm). De bariton behoort tot de saxhoorns, terwijl het euphonium een (tenor-) tuba is.

De trompet wordt in verschillende muziekgenres gebruikt. In de klassieke muziek komt hij bijvoorbeeld in symfonie- en kamerorkesten voor, maar ook in kleinere ensembles zoals het koperkwintet, en als solo-instrument. Daarnaast wordt de trompet ook in de lichte muziek gebruikt, in de jazz, zowel in bigbands als in kleinere formaties, en in de popmuziek. Bekende voorbeelden van jazztrompettisten zijn Miles Davis, Chet Baker en Louis Armstrong. De trompet wordt ook veel in de harmonie- en fanfareorkesten gebruikt. Verder is de trompet ook een belangrijk instrument in het leger geweest.

De trompet klinkt vrij hoog en heeft een heldere doordringende toon. De afstand van het mondstuk tot aan de beker is ca. 50 cm. De lengte van de buis varieert echter per stemming en is bij een trompet in C 116 cm, bij een trompet in B♭ 131 cm, bij een trompet in D 104 cm, bij een trompet in F 177 cm en bij een trompet in E♭ 202 cm. De buis kan in een aantal combinaties worden verlengd door middel van een drietal ventielen, of - in het geval van de schuiftrompet - van een schuif. Hij eindigt in een trechtervormige beker, net zoals bij de meeste koperen blaasinstrumenten.

Primitieve voorlopers van de trompet bestonden al 2000 jaar v.Chr. De trompet zal ontstaan zijn, toen mensen erachter kwamen dat zij geluid op materialen als schelpen of holle buizen konden voortbrengen. Eén van de oudste bronnen die van trompetten melding maakt, is de Bijbel. Hier wordt gesproken over bazuinen of zilveren trompetten van zo'n 50 centimeter lang. Deze trompetten waren niet veel meer dan een rechte buis die aan het eind in een beker uitliep. De Egyptenaren hadden soortgelijke trompetten, waarvan de Trompetten van Toetanchamon een voorbeeld zijn.

De trombone (in de volksmond ook wel foutief schuiftrompet genoemd) is een blaasinstrument en wordt tot het scherpe koper gerekend. De naam stamt van het Italiaanse tromba met het suffix one en betekent dus "grote trompet". Ze is familie van de trompet en in de meest voorkomende vorm (de tenor trombone) is zij tweemaal zolang als de B♭-trompet. Een trombone bestaat uit drie onderdelen; Een ketelvormig of V-vormig mondstuk. Dit steekt in een lange cilindrische metalen U-vormige uitschuifbare buis (de coulisse). Hierna volgt de bekersectie, die conisch uitloopt.

Door het uitschuiven kan de bespeler de effectieve buislengte verkorten of verlengen, waarmee ook de toonhoogte verandert. Het geluid ontstaat ter plaatse van het mondstuk. Hier wordt de lucht door liptrillingen in beweging gebracht en ontstaat een staande golf in de buis. Omdat in een gegeven buislengte meerdere gehele staande golven passen, is het mogelijk bij gelijkblijvende buislengte meerdere tonen te produceren (overblazen), de zogeheten boventonen: één golf met lengte X (de grondtoon), twee golven met lengte 1/2 X (eerste boventoon), drie golven met lengte 1/3 X (tweede boventoon) enz. In de verst uitgeschoven positie is de buislengte bijna anderhalf keer zo lang als in de meest ingeschoven stand.

De geproduceerde grondtoon is daarmee een verminderde kwint lager. Eénmaal overblazen - door verhogen van de lipspanning, embouchure genoemd - veroorzaakt een toon die een octaaf hoger is en dus de halve golflengte heeft. Nogmaals overblazen geeft 1/3 van de golflengte en een duodecime (octaaf plus kwint) hoger. Vanuit de verst uitgeschoven stand met de schuif is de toon een verminderde kwint verlaagd. Met overblazen kan een octaaf van deze toon verkregen worden; er ontbreekt echter de reine kwart in het onderste octaaf. Met een zogenaamd kwartventiel kan dat 'gat' worden gedicht. Een kwartventiel schakelt een extra verlenging in waardoor de effectieve buislengte uiteindelijk bijna verdubbeld kan worden (de schuif meegerekend) en het interval een grote septiem omvat. Door de schuif in te trekken ontstaat een staande golf met een kortere golflengte en wordt de toon hoger. Van alle mogelijke schuifposities worden er doorgaans 7 gebruikt die overeenkomen met 7 opeenvolgende halve tonen. Alle tussenliggende posities worden vooral gebruikt voor glissandi.

De bugel of flügelhorn is een koperen blaasinstrument dat een belangrijk instrument is in fanfare-orkesten. Het is gestemd in Bes of Es (sporadisch ook wel C) met drie ventielen. De hele lengte van het klankbuis is bij een bugel in Bes 130 cm en bij een bugel in Es 98 cm. De vorm van de bugel is geheel conisch voorbij het ventielhuis en met ruimere bochten dan de trompet, waardoor de bugel een veel zachtere, warmere en rondere klank heeft.

De bugel is uitgevonden door Adolphe Sax, die ook de saxofoon ontwierp. Adolphe Sax wilde namelijk een instrument hebben dat op een trompet leek, maar een zachtere en warmere klank had. De bugel heet in het Frans bugle maar in het Engels flugelhorn en moet niet verward worden met de Engelse bugle, wat een natuurbugel is, een bugel zonder ventielen. De Es- en Bes-bugels zijn transponerende instrumenten. De bugel heeft binnen de brass band een bijzondere status. In een brass band is maar één bugel.

Te laag inkomen: wellicht toch les mogelijk

Geen geld voor muzieklessen wegens een te laag inkomen? Het jeugdcultuurfonds ondersteunt met een bijdrage van maximaal € 450,-- per jaar. Bij ons is dat voor een kind het volledige lesgeld (30 minuten per week les) en de aanschaf van 2 lesboeken! Doe een aanvraag via een intermediair. De meeste schooldirecteuren zijn dat, maar ook huisartsen en andere personen kunnen dat zijn. Klik op hun logo voor doorverwijzing naar hun website.